DE PREHISTORIE IN EUROPA

240.000 v.C. - ±100 v.C.

De hier beschreven prehistorie geeft een beeld van ons land tussen ± 240.000 voor Christus en ± 100 voor Christus, ongeveer 50 jaar voor de komst van de Romeinen. Allereerst zijn er de twee laatste ijstijden: Het Saalien en het Weichselien. Met name het Saalien heeft ons land het nodige relief gegeven. In deze ijstijd schoof het landijs vanuit Scandinavië in ons land op tot aan (ongeveer) de lijn Nijmegen - Haarlem. Bij Nijmegen is de stuwwal wel heel nadrukkelijk aanwqezig: Vanaf hier heeft men een heel mooi uitzicht over de Betuwe. Maar ook de Overijsselse Heuvelrug is een complex van stuwwallen, veroorzaakt door deze ijstijd. Het Weichselien bracht alleen een bar toendraklimaat, geen ijs. In die tijd zijn door de sterke winden en de droge grond veel zandruggen ontstaan.
De mens bestond al voor het begin van dit hoofdstuk. In 240.000 v. C. begint het stenen tijdperk, waarin de mens leert om stenen te gebruiken als gereedschap. O.a. in België zijn sporen van bewoning uit deze tijd gevonden. Rondom 100.000 v. C. wonen mensen in Nederland, met name op de hogere zandgronden.
In 10.000 v. C. begint de "midden steentijd", waarin de mens geavanceerder wordt en de landbouw leert kennen. In het oosten wordt dan al koper gewonnen!
Rondom 3.500 v. C. begint de "nieuwe steentijd". Dit is de tijd van de hunebedbouwers. Er ontstaan verschillende culturen en de kunst van het smelten van brons (de bronstijd) is hier zo'n 1.500 v. C. bekend. Ongeveer 750 v. C. gaat men ook met ijzer om.
In ± 300 v. C. is men redelijk welvarend en woont men in het noorden reeds op terpen. Het is zelfs frappant te noemen dat de "boerderijen" uit uit deze model stonden voor de Friese boerderijen uit 1500. In België zijn uit deze tijd veel prachtige gesmede sieraden gevonden. Voor de komst van de Romeinen bestond er dus al een duidelijke cultuur. Het zijn echter de Romeinen geweest die staatkundig "orde op zaken" stelden.
Klik hier voor een verklaring van de gebruikte pictogrammen.

Jaartal Tijdperk Klimaat Onderverdeling Commentaar

1.6 miljoen
jaar geleden

Pleistoceen         Het Pleistoceen, de 1e periode van het Kwartair, begint reeds 1.6 miljoen jaar geleden. 
Voorkomen van de Homo Erectus

240.000 v.C.

Paleolithicum   

Het tijdperk der ongepolijste stenen.
Ook wel de "Oude Steentijd" genoemd.
Er zijn reeds sporen van bewoning in Wallonië  

200.000 v.C.

Saalien 

De Saale-ijstijd, de 3e van de ijstijden. Ook wel Riss-ijstijd genoemd. 
Deze ijstijd heeft landijs van Scandinavië gebracht tot aan de lijn Haarlem - Nijmegen. Met name deze periode heeft het reliëf gevormd van ons land.
Het materiaal dat door de gletsjers is afgezet behoort tot de formatie van Drenthe. Het bestaat vooral uit keileem en zwerfstenen. 
Voorkomen van de Neanderthaler.

130.000 v.C.

Sporen van bewoning in de toenmalige Nederlanden. Dij zijn Neanderthalers geweest. 

130.000 v.C.

Eemien

Het Eemien, de interglaciale periode tussen het Saalien en het Weichselien. 

100.000 v.C.

Begin
Weichselien 

Het begin van de Weichsel-ijstijd, de 4e en laatste. Ook wel Würm-ijstijd genoemd.
Het ijs bereikt Nederland niet tijdens deze ijstijd, maar het klimaat verandert in dat van een pooltoendra. Ontstaan van erosiedalen.
Rondom deze tijd verschijnen de eerste bewoners in ons land. 

80.000 v.C.

Eerste sporen van de Homo Erectus in Europa. 

75.000 v.C.
(- 10.000)

Vervolg
Weichselien 

De koudste periode van het Weichselien.
Deze periode loopt door tot ± 10.000. 

± 50.000 v.C.

Er vindt bewoning in Drenthe plaats. 
Uitsterven van de Neanderthaler

35.000 v.C.

De Cro-Magnon mens verschijnt. 

± 14.000 v.C.
-
± 10.000

Bewoning in Nederland, België en Scandinavië.
Behorend tot de Hamburger cultuur, beschaving der Magdaleniën. Het waren rendierjagers, die in Noord-Spanje en Frankrijk de beroemde rotsschilderingen hebben vervaardigd.  

10.000 v.C.

        Holoceen     

Pre-boreaal 

Het klimaat is nog vrij koud.
Begin van het Holoceen, de 2e periode van het Kwartair  

± 9700 v.C.

Radicale temperatuursverandering. Binnen enkele tientallen jaren stijgt de gemiddelde zomertemperatuur met 5 °C.

± 8000 v.C.

Mesolithicum     

Het tijdperk der kleine stenen voorwerpen.
Ofwel de "Midden Steentijd

 

In Voor-Azië wordt voor het eerst graan verbouwd en vee gebruikt.  In Mesopothamië vond men reeds koper.
De eerste diersoorten worden gedomesticeerd (schapen en geiten).

7500 v.C.

Boreaal 

De temperatuur en de vochtigheid nemen langzaam toe. 

7000 v.C.

Bouw van de ommuurde stad Jericho

6800 v.C.

Datering boomstamkano, gevonden te Pesse (Drenthe). 

 

Atlanticum    

Vochtig en warm klimaat De zeespiegel stijgt drastisch door het smelten van de ijskappen.
Engeland komt los van het vasteland door het stijgen van de zeespiegel. Ierland komt los van Schotland. Zeeland begint zijn huidige vorm te krijgen.

6000 v.C.

Bouw van de ommuurde stad Çatal Hüyük (Anatolië).

± 5500 v.C.

Er is sprake van landbouw in de Balkangebieden

 

  De eerste landbouwers worden in Zuid-Limburg aangetroffen. Ze komen uit het oosten, en ze verbouwen alleen op de Löss-gronden. Ze horen tot de groep der Bandkeramiker. Ze bouwden huizen van wel 35 meter lang.
In Groningen en Friesland vindt men bewoners op natuurlijke hoogten (zandgronden, heuvels, etc).

5300 v.C.

Neolithicum   

Het tijdperk van de gepolijste stenen: de "Nieuwe Steentijd" .
De nieuwe steentijd vormt het begin van een compleet nieuwe ontwikkeling. Naast landbouw en het telen van gewassen vindt er veeteelt plaats en domesticatie van huisdieren. Er worden uitvindingen gedaan op het gebied van gereedschap en er vindt handel plaats in mineralen, gereedschappen, voedsel en dieren.
In Nederland begint de nieuwe steentijd omstreeks 5.300 voor Christus. In Oost-Europa al veel eerder.

± 5000 v.C.

Op de Balkan wordt reeds op grote schaal koper gewonnen.

4900 v.C.

De boeren op de Lössgronden in Zuid-Limburg verwijnen.
Ontstaan van de Swifterbandcultuur. Vissers met enige kennis van landbouw bouwen een bestaan op aan de mond van de Overijsselse Vecht, in de buurt van het huidige Schokland. Ze maken aardewerk met een typisch puntige bodem en houden kleine koeien. Het lijkt een tussenvorm  van jagers/verzamelaars en landbouwers, wat op die lokatie een goede combinatie is.

4700 v.C.

Datering van het oudste in ons land gevonden aardewerk. Het behoort tot de Swifterbantcultuur.

4500 v.C.

Algemeen voorkomen van de Swifterbandcultuur in het gebied van de huidige Flevopolders, Drenthe (Bronneger), Overijssel (Mariënberg), Zuid-limburg, het dal van de Overijsselse Vecht en de Betuwe.
Er vindt nu landbouw plaats in Midden- en West-Europa.

4500 v.C. -
4000 v.C.

Oudste dateringen van de Trechterbekercultuur in Sleeswijk-Holstein. De naam  "Trechterbeker" is afgeleid van de typische trechtervorm  van hun aardewerk. Het was een half-nomadisch volk en ze beheersen landbouw en veeteelt.
  Uruk (oudste stad in Irak) wordt gebouwd.

3900 v.C.

Voorkomen van langwerpige grafheuvels in streken tussen Denemarken en Polen.

± 3800 v.C.

Voorkomen van de Trechterbekercultuur in Scandinavië en Polen.

3700 v.C.

Verdwijnen van de Swifterbandcultuur. De bewijners zijn "uitgewaaierd" langs de hogere oeverwallen van de Overijssdelse Vecht en de hogere zandgronden in Drenthe.

3600 v.C.

  Voorkomen van de eerste megalithische graven ( 'hunebedden') in Scandinavië en in Duitsland langs de Beneden-Elbe.

3500 v.C.

De Trechterbekercultuur is doorgedrongen in de Nederlanden. Het TRB-volk heeft zich gesetteld op de hogere zandgronden in Drenthe.  Het zijn tevens de bouwers van de Hunebedden.
Er vindt een heuse omslag plaats op het gebied van landbouw en ontwikkeling.
In Limburg vindt mijnbouw plaats. Er wordt vuursteen gedolven.

3400 v.C.

Datering van het oudste in een hunebed gevonden aardewerk.

3300 v.C.

De tijd waarin Ötzi heeft geleefd. 

± 3200 v.C.

  In het Westen vindt men mensen die ook de kunst van het pottenbakken en de veeteelt kenden. Ze leefden voornamelijk van de jacht en het vissen.
Men noemt ze de steurvangers , en ze kwamen voor bij Vlaardingen, Hekelingen (Putten), Haamstede (Schouwen).  
In geheel Europa vindt nu landbouw plaats.

± 3100 v.C.

Datering van met palen omheinde nederzetting bij Anloo (Drenthe).

± 3000 v.C.

Ten zuiden van de Kaukasus en de Kaspische Zee is de kunst ontwikkeld om brons te smelten. Bronzen voorwerpen komen via de handel vanuit Egypte en Mesopothamië terecht in Europa  
    Krijgshaftige nomaden trekken Nederland binnen. Het is het Strijdhamervolk, afkomstig uit Zuid-Rusland. Ze vertegenwoordigen ook de standvoetbekercultuur, ook wel enkelgrafcultuur genoemd. Ze vormen een bedreiging voor de relatief vreedzame coëxistentie van de aanwezige volken.

2850 v.C.

Verdwijnen van de Trechterbekercultuur in Nederland

2800 v.C.

  In heel Europa is de Trechterbekercultuur verdwenen. Er is nu alleen nog maar sprake van de standvoetbeker-cultuur.

2700 v.C.

Ontstaan van de Klokbekercultuur in Midden- en West-Europa. De naam "klokbeker" ontleent zijn naam  aan het elegante, flauw S-vormige profiel, waarin met enige goede wil een omgekeerde kerkklok kan worden herkend.

2500 v.C.

  In Drenthe treden door de te intensieve landbouw de eerste zandverstuivingen op. Uit deze tijd dateren ook koperen voorwerpen, gevonden in een aantal hunebedden.  
Bouw van de pyramide van Cheops
Kunst van ijzer uit ijzererts smelten is reeds bekend. 

2450 v.C.

  Algemeen voorkomen van de klokbekercultuur. Langs de hele Atlantische kust tot aan Noord-Afrika, en ook op de eilanden in de Middellandse Zee, hebben de andere culturen langzaam plaatsgemaakt voor de klokbekercultuur. De vorm ven de beker in deze "Europese Klokbekercultuur" is anders dan de oorspronkelijke vorm in ± 2700.
Op de Veluwe lijken de eerste metaalbewerkers te horen tot deze cultuurgroep.. Zij zijn het geweest die de vele grafheuvels hebben opgeworpen.
De Standvoetbeker en Trechterbekerculturen zijn nu geheel verdwenen.

2100 v.C.

Bronstijdperk

(vroeg)

De intrede van het bronstijdperk in "ons land".

2000 v.C.

Sub-boreaal         

Temperatuur en vochtigheid nemen af  
  Uiteenvallen en verdwijnen van de Klokbekercultuur.
Begin van de periode van het Wikkeldraad-aardewerk.

< 2000 v.C.

  Hittieten in Klein-Azië smeden ijzer tot staal voor wapens. 
  Landbouwerscultuur in Wallonië en Noord-Frankrijk  

1900 v.C.

Brons werd aangevoerd vanuit Duitsland, Frankrijk en Engeland / Ierland  

1800 v.C.

Einde van de periode van het Wikkeldraad-aardewerk.. Deze cultuur wordt voortgezet als de Elp-cultuur in de midden bronstijd.

1750 v.C.

  Voorkomen van Hilversum-cultuur in zuidelijke streken, tot in België.

±1600 - 1700 v.C.

Veranderingen aan de sterrenhemel tgv draaiing van de aardas. De zuidelijke ster van het Zuiderkruis begint achter de horizon te verdwijnen. E.e.a. afhankelijk van de geografische ligging van de plaats van waarneming..

±1500 v.C. 

midden bronstijd  

De imidden-bronstijd. Culturen: o.a. de Elp-cultuur en in de zuidelijker streken de Hilversumcultuur. Deze laatste cultuur had een sterke verwantschap met culturen in Engeland en Frankrijk.
Assur is de hoofdstad van het Assyrische Rijk
  Internationaal handelsverkeer: Hilversum-urnen (gevonden in Utrecht, Gelderland, Kempen), de zgn Hilversumcultuur, tonen sterke verwantschap met urnen uit Engeland.  Er wordt o.a. gehandeld in vee, graan, zout en sieraden, barnsteen en bont, tin, koper en brons.

1300 v.C. 

Halssnoer, gevonden te Exloo (Drenthe). Bevat tinnen kralen (Engeland), barnsteen (Oostzee-gebied), kralen van faience (Egypte)  

1200 v.C.

late bronstijd

Late bronstijd in de Nederlanden. Deze wordt gekenmerkt door het cremeren van de doden ipv het begraven (de urnenvelden-cultuur) en het toevoegen van lood aan het brons. 

800 v.C.  

De urnenvelden-cultuur in twee golven over de Nederlanden (noordelijk deel: Germanen, zuidelijk deel Kelten ?)   

700 v.C.

Boeren trekken vanuit Drenthe naar het noorden om hun vee te laten grazen. Steeds meer boeren bleven wonen in dit weidegebied. Ze bouwden hun boerderijen op de hoogste plekken in de kwelder. Dit zouden later (±300 v.C.) de eerste terpen in Groningen en Friesland worden.

650 v.C.

Eerste geschreven taal op Amerikaanse continent (Olmeken, Mexico).

600 v.C.

IJzertijdperk 

(vroeg)

Het begin van de ijzertijd in ons land: Men leerde de kunst van het ijzersmeden van uit het oosten afkomstige krijgers. Zij verstonden de kunst van het ijzersmeden al veel langer. Het ijzer werd gebruikt voor gereedschappen en bewapening. Versieringingen waren simpele patronen. Dit wordt de Hallstatt-cultuur genoemd. 
Op verschillende plaatsen ontstonden kleine ijzerindustrieën, die in de lokale behoefte aan ijzer konden voorzien. Een tweede vernieuwing was de grootschalige winning van zeezout langs de kust.  
Een derde vernieuwing waren de zogenaamde celtic fields, kleine vierkante akkertjes, omgeven door lage aarden walletjes, dat tot in de Romeinse tijd in gebruik zou blijven.  

± 500 v.C. 

Vele zandverstuivingen in Drenthe e.o. Bewoners gaan zich vestigen in Groningen en Friesland, op natuurlijke hoogten (zandheuvels, kleibanken langs getijde-stromen)   

450 v.C. 

La Tène cultuur

(midden)

De "midden-ijzertijd": Vormen en versieringen van ijzeren voorwerpen veranderen, specifiek het afbeelden van gestileerde mensen- en dierenhoofden is nieuw. Dit is de zgn. La Tène -cultuur.

400 v.C. 

Duidelijke sporen van bewoning in het huidige Noorbrabant en België. Het betreft hier nederzettingen met zgn. twee-schepige woningen.  

± 300 v.C. 

De zeespiegel begint te stijgen. Bewoners van Groningen en Friesland richten terpen en wierden op.
In de loop der tijd werden de terpen en wierden groter. Men was welvarend. Het type boerderij uit deze tijd stond model voor de Friese boerderijen anno 1500   

250 v.C.

Laat

De laat-ijzerperiode

221 v.C.

Koning Ying Zheng verenigt China en laat een terracottaleger maken

> 200 v.C. 

Gouden halsringen, voorbeelden van Keltische goudsmeedkunst. Gevonden in België.  

150 v.C.

In België is sprake van Keltische burchten en nederzettingen. Sommige nederzettingen vormden stedelijke centra. Vanaf 150 v.C. werden daar Keltische munten geslagen. Er was een levendige handel met de mediterrane volkeren en de Etrusken.
  Germaanse stammen vestigen zich blijvend in onze streken: Kaninefaten langs de kust, Tubanten in het oosten, Bataven lin het rivierengebied, Friezen in het westen en noorden.

± 100 v.C. 

Zilveren sierschijf, Keltische zilversmeedkunst. Gevonden in Nederlands Limburg.  

58 v.C

  Verovering van Gallië door Julius Caesar. Dit betekent het einde van de ijzertijd.
 
Laatste update: 1/12 2009

TerugHomeBovenVerder