DE GESCHIEDENIS VAN DE AARDE

Het ontstaan en de evolutie > 4.6 miljard jaar geleden - 240.000 jaar geleden

Voorafgaand aan de eigenlijke Vaderlandse geschiedenis, die in het volgende hoofdstuk begint bij 240.000 voor Christus, vindt u hier een overzicht van de ontstaansgeschiedenis van de Aarde.
Dit hoofdstuk begint bij de "oerknal" tussen 10 en 20 miljard jaar geleden. Na verloop van tijd ontstaan er hemellichamen, waaronder onze Zon. Na condensatie van een nevelschijf er omheen ontstaan de planeten. Eén ervan is de Aarde. Na een botsing met de Maan (4.6 miljard jaar geleden) wordt de situatie stabiel en begint de ontwikkeling van de planeet.
De eerste levensvormen ontstaan 3.6 miljard jaar geleden, terwijl er "pas" 1 miljard jaar geleden zuurstof in de atmosfeer word gevormd. Zo'n 570 miljoen jaar terug ontstaan de eerste gewervelde dieren, en 100 miljoen jaar later zwemmen er vissen in de oceanen.
Het Siluur is de tijd waarin de vissen zich ontwikkelen. In het Devoon ontwikkelen de planten zich op het vaste land, gevolgd door de insecten. In het Carboon komen de reptielen, amfibiëen en bomen. Een drastische verandering van het klimaat op de Aarde, waarschijnlijk het gevolg van de inslag van een meteoriet, doet veel diersoorten uitsterven. Pas in het Trias ontwikkelt het leven zich weer fors, en het zijn met name de dinosauriërs. In de daaropvolgende periodes, de Jura en Krijt, ontwikkelen zij zich enorm en zien we ook de zoogdieren ontstaan.
Ruim 65 miljoen jaar geleden maakt wederom een meteoriet een einde aan deze ontwikkeling
Het zijn daarna vooral de kleinere zoogdieren die overleven en zich verder ontwikkelen. Met name in het Oligoceen hebben zich enorm grote beesten ontwikkeld. Pas zo'n 6 tot 7 miljoen jaar geleden zien de de eerste mensachtigen rondlopen en in de daaropvolgende periode, het Plioceen, krijgt de Aarde langzaam het aanzien zoals ze nu is. Uit die tijd stamt ook Lucy, het oudste menselijk skelet. Direct daarna, vanaf 2.4 miljoen jaar geleden, beginnen de perioden van de ijstijden, waarvan de laatste twee, met name het Saalien maar ook het Weichselien, bepalend zijn geweest voor het reliëf van ons land. Dit is ook de periode van de oude steentijd, in 10.000 voor Christus door de nieuwe steentijd. En dat is al in de prehistorie.
De indeling van de tijdperken is volgens de waarden (zo nodig afgerond) van de International Stratigraphic Chart

 
Jaartal Eon Era Periode Onderverdeling Commentaar

± 13.7 miljard

 

De Oerknal.
Ontstaan van ons zonnestelsel. 

± 13.5 miljard

 

Ontstaan van de eerste sterren

± 4.7 miljard

 

Het ontstaan van de Aarde tgv condensatie in de nevelschijf rond de Zon.

4.6 miljard

 

Botsing met ander hemellichaam.
Ontstaan van de Maan uit de Aarde.

4.55 miljard

Precambrium  Hadiëcum  Ontstaan van de huidige planeet Aarde.

3.8 - 4.0 miljard

Late Heavy Bombardment.
Klik hier voor meer informatie.

3.6 miljard

Archaïcum  Eerste levensvormen (bacteriën).
Ontwikkeling van meercellige organismen. 

3.4 miljard

Ontwikkeling van kwallen, worm-achtigen en stromatoïden

2.5 miljard

Proterozoïcum 

Paleo-
proterozoïcum

Midden-precambrium glaciaal

Begin van afkoeling. 

2.3 miljard

Ontstaan van organismen met een celkern. Ontwikkeling van algen. 

2 miljard

Lake Superior glaciaal

Ontstaan van natuurlijke gecontroleerde kernreacties (in het huidige Gabon).
Gedurende 2 miljoen jaar temperaturen tot 400 °C over een gebied van duizenden km².  

1.8 miljard

Ontstaan van de Grand Canyon

1.6 miljard

Meso-
proterozoïcum

 

1.3 miljard

De eerste schimmels op aarde.  

1.2 miljard

Vermoedelijk ontstaan van de eerste meercellige organismen met een celkern 

1 miljard

Neo-
proterozoïcum

Ripheen

Opbouw van zuurstof in de atmosfeer.
Ontwikkeling van meercellige organismen met een celkern 

700 miljoen

Sturt ijstijd

 

680 miljoen

Vendien

 

630 miljoen

Glaciaal

 
  Verdere ontwikkeling meercellige organismen en mariene weekdieren. 

570 miljoen

Begin van ontwikkeling van gewervelde dieren

545 miljoen

Phanerozoïcum  Paleozoïcum 

Cambrium

De eerste weekdieren in de zee. 

540 miljoen

Ontstaan van geleedpotigen.

520 miljoen

Afrikaans glaciaal (Pakhuis, Table Mountain)

495 miljoen

Ordovicium

Voorkomen van Chordadieren - de eerste met een primitive wervelkolom Verschijnen van de eerste primitieve vissen.
Ontwikkeling van longvissen en kwastvinnigen 

440 miljoen

Siluur

Begin van warme periode met hoge luchtvochtigheid.
Vissen ontwikkelen stroomlijn en sterke spieren. Voorkomen van inktvissen.

438 miljoen

Algen beginnen zich te evolueren voor leven op het land. 

420 miljoen

Eerste fossielen van landplanten

417 miljoen

Devoon

Ontwikkeling van gepantserde vissen, met name de haaien. 
Ontwikkeling van amfibiëen en Arthropoda. Ontwikkeling van flora.

410 miljoen

Algemeen voorkomen van Cooksonia, een primitieve plant op vochtige plaatsen op het land. Tevens ontwikkeling van andere plantensoorten zoals Nematothallus, Parka en Pachytheca. Dit zijn allen alg-achtige planten.

400 miljoen

De eerste insecten.
Ontwikkeling van oer-amfibiën (met poten en longen) uit longvissen of kwastvinnigen.
Ontwikkeling van bladloze planten als de Asteroxylon (een Wolfsklauw-achtige), de Gosslingia en de Rhynia. Van deze laatste stammen de meeste planten af. 
Ontwikkeling van boomvarens

385 miljoen

Voorkomen van bomen en stekelachtige planten zoals Sawdonia ornata en Drepanophycus spinaeformis. 
Ontwikkeling van zaadplanten, zoals de Moresnetia. Hier stammen de meeste bloemplanten van af.

354 miljoen

Carboon

Mississippien

Ontwikkeling van reptielen. Veel insecten en amfibiëen.

323 miljoen

Pennsylvanien

Voorkomen van geschubde bomen

309 miljoen

Perm -Carboon-glaciaal
(in Gonwanaland)

Veel reptielen en weekdieren. De eerste Gingko-Biloba bomen. Afname van  amfibieën en insecten. Uitsterven van
primitieve pantservisssen.

292 miljoen

Perm

Weinig tot geen fossielen in deze periode 

274 miljoen

250 miljoen

Uitsterven van de helft van alle diersoorten. Dit is mogelijk door een inslag van een meteoriet veroorzaakt. 
 

Inslag meteoriet

255 miljoen

Het gehele zuiden bedekt met een ijslaag. 
  Het eiland Angaraland (Siberië) sluit aan bij de andere landmassa's. Het Oeralgebergte is de "lasnaad".Midden Azië sluit zich aan bij Europa. Vorming van nieuw supercontinent Pangea. 

250 miljoen

Phanerozoïcum Mesozoïcum 

Trias

Ontwikkeling van de Dinosauriërs en vishagedissen, zoals Coelophysis en de Ichtyosauris. Voorkomen van schildpadden.
Ontwikkeling van nieuwe landplanten.

220 miljoen

De eerste primitieve zoogdieren (spitsmuizen) hebben zich uit de reptielen ontwikkeld. 

210 miljoen

Het supercontinent Pangea begint te splijten in Laurasia en Gondwanaland. De inham daartussen groeit uit tot de Atlantische Oceaan 

205 miljoen

Jura

De grote bloeitijd van de dinosauriërs. Opkomst van de zoogdieren en krokodillen.
Splitsing westelijk deel van Afrika en Zuid-Amerika. Botsing tussen Zuid-Amerika en Pacifische Plaat. Vorming van Andes en Amazone. 
  Opkomst van naaktzadige planten, de gymnospermen.
Westelijk deel van Laurasia botst tegen Siberië.
Ontstaan van keten van Arctische bergen en de Noordelijke IJszee 

142 miljoen

Krijt

Vroeg

De vliegende en in het water levende dinosauriërs beginnen uit te sterven.
Opkomst van zoogdieren en bloemplanten.
Losraken van India, Antarctica en Australië (langs oude breuklijnen).
Door losraken van continenten ontstaan oceaanstromingen en daardoor opwarming.
Stijging van zeespiegel en vorming van binnenzeeën.
Onstaan van eencellige kalkvormende organismen (cocolieten). 

120 miljoen

Vorming van krijtafzettingen. 

98.9 miljoen

Laat

Opkomst van bedektzadige planten, de Angiospermen. Bomen en varens op het vaste land.
Vorming van lagen plantenresten.
Primitieve vissen sterven uit. 

80 miljoen

Ontstaan van primaten (hoger ontwikkelde zoogdieren). 
Bloeitijd van Tyrannosaurus-Rex.

66.4 miljoen

Inslag van grote meteoriet => Dinosauriërs sterven uit
Einde van het krijt-tijdperk 
 

Inslag meteoriet ==> Scheiding Krijt - Tertiair

65.5 miljoen
 

Phanerozoïcum Kenozoïcum 

Tertiair

Paleogeen

Paleoceen 

Verdere ontwikkeling van primaten.
Zuid-Limburg is nog steeds overspoeld door een zee. De vorming van kalklagen is nog gaande. De fossielen wijzen echter op een heel andere fauna en flora.  

55.0 miljoen

Eoceen

Door erosie verdwijnt een deel van de zee-afzettingen. In Zuid-Limburg worden bijna geen nieuwe lagen gevormd. Elders werden zanden met enorme hoeveelheden fossiele
schelpen afgezet.  
Oudste fossiel van een primaat.

50 miljoen

Nadering Afrika en India enerzijds en Azië en Europa anderszijds.
Begin van stijging zeespiegel en grote overstromingen  

33.7 miljoen
 

Oligoceen

De lagen uit het Oligoceen vormen een pakket vol afwisseling. Zand en klei verraden ondiepe zeeën. Bruinkool wijst op moerassen met laagveen.   

23.8 miljoen

Neogeen

Mioceen

Vrijwel overal treedt verlanding op: de zee trekt zich langzaam terug uit Zuid-Limburg.
Er ontstaan uitgestrekte laagveengebieden die soms nog kort overspoeld worden door de nabij gelegen zee. Het veen vinden we terug als bruinkool. De overstromingen laten lagen zilverzand achter. Fossiele planten (palmen en dennen) wijzen op een tropisch of subtropisch klimaat.  

20 miljoen

Botsing Afrikaans-Indiase Plaat en Euraziatische Plaat. Ontstaan van Alpen en Tibetaanse massief.  

6-7 miljoen

Toumaï, de eerste mensachtige, waarvan de schedel is gevonden in Tsjaad.

5.3 miljoen

Plioceen

De zee is definitief verdwenen: Zuid-Limburg is land geworden.  

4 miljoen

Vorming huidige continenten.
Tethys is verdwenen; de Middelandse Zee, Zwarte Zee, Kaspische Zee en het Aralmeer zijn resten daarvan.  

3.2 miljoen

Lucy, een skelet, gevonden in Ethiopië. Tot de vondst van Toumaï beschouwd als de oudste mens.
IJstijden Afkoeling van de Aarde 

2.4 miljoen

2.4 miljoen

Pretiglien, ijstijd op grens van tertiair en kwartair 

2.2 miljoen

2.2 miljoen

Tiglien, Vroeg Pleistocene periode, bestaande uit verschillende koudere en warmere perioden

1.8 miljoen  

Kwartair

Pleistoceen

1.7
miljoen

1.7 miljoen

Bavelien, Vroeg Pleistocene periode bestaande uit twee glacialen en twee interglacialen.
De eerste
Homo Sapiens stamt uit deze periode (1.6 miljoen jaar).

1.6 miljoen

 
 

1.39 miljoen

  Waalien, Pleistocene periode bestaande uit twee warme perioden gescheiden door een koelere periode.
   
   

1.18 miljoen

  Menapien

820.000 - 420.000 

  Cromerien, (interglaciaal)
   

420.000 - 260.000 

  Elsterien, (landijs)
Homo Sapiens, 350.000 v.C.

240.00

 

260.000 - 180.000 

  Holsteinien, (interglaciaal) 
Ontstaan van Neanderthaler

180.000 - 120.000 

  Saalien, (landijs),
ook wel Riss-glaciaal genoemd
Dit is de voorlaatste ijstijd.

120.000 - 71.000 

  Eemien, (interglaciaal)

71.000 - 12.000 

  Weichselien, (geen ijs, alleen toendra-klimaat), ook wel Würm-glaciaal genoemd.
Dit is de laatste ijstijd.
Neanderthaler maakt plaats voor Cro-Magnon-mens

10.000 v C.
Heden

Holoceen

Nieuwe steentijd

Het huidige "post-glaciale" tijdperk, in feite beter beschouwd als een interglaciaal tijdperk.  

 
 
Laatste update 11/6 2017

TerugHomeBovenVerder